Drie onderbeurten
Een beurt bestaat uit drie onderbeurten. Na elke onderbeurt blijven de schijven in de vakken liggen. De schijven die ervoor zijn blijven steken, speel je in de volgende onderbeurt opnieuw.
Alles over sjoelen op één plek: de spelregels volgens de sjoelbond, een rekenhulp voor je score, de maten van de bak en eerlijk advies als je er een wilt kopen.
Sjoelen is snel uitgelegd. Je schuift 30 houten schijven over de sjoelbak en probeert ze door de poorten in de vakken te krijgen. Dit zijn de regels zoals de Algemene Nederlandse Sjoelbond (ANS) ze hanteert. Het volledige reglement staat bij de bond.
Een beurt bestaat uit drie onderbeurten. Na elke onderbeurt blijven de schijven in de vakken liggen. De schijven die ervoor zijn blijven steken, speel je in de volgende onderbeurt opnieuw.
Een schijf telt pas als hij helemaal door de poort is. Een schijf die half in de poort blijft hangen, telt niet mee.
Je schuift de schijven vanaf het begin van de bak, achter de afzetbalk. Een schijf is in het spel zodra hij de streep bij de afzetbalk helemaal voorbij is.
Ligt er in elk van de vier vakken een schijf, dan is dat een setje van 20 punten. Losse schijven tellen voor de waarde van hun poort.
Ligt een schijf op een andere, dan heet dat een bok. Thuis mag die vaak niet opnieuw. Ook de wijsvingerregel (schuift de schijf met één vinger alsnog de poort in, dan telt hij) is een huisregel. In het ANS-reglement staan ze niet.
Bij wedstrijden mag je de bak tijdens het spel niet poetsen en geen glijmiddel gebruiken. De bak ligt waterpas en jij blijft altijd achter de bak.
Vul per vak in hoeveel schijven erin liggen na de derde onderbeurt. De rekenhulp zoekt de setjes en telt de losse schijven erbij. Meer dan 30 schijven samen kan niet, want meer heeft een spel niet. Hieronder staat een voorbeeldworp ingevuld.
Het kleinste aantal schijven in een vak bepaalt hoeveel setjes je hebt. Elk setje is 20 punten, twee keer zoveel als de losse waarde van 2 + 3 + 4 + 1.
Zeven setjes zijn 140 punten. Met de twee schijven die overblijven in poort 4 kom je op 148, de hoogst mogelijke score met 30 schijven.
Haal je 148 in één onderbeurt, dan krijg je volgens het ANS-reglement twee keer een schijf terug. In twee onderbeurten is dat één keer. Zo is 156 in theorie het maximum.
Een wedstrijdsjoelbak is twee meter lang en ongeveer 40 centimeter breed. Aan het eind liggen vier poorten met daarachter de vakken. De schijven zijn van beukenhout.
Bron: spelreglement ANS, versie 2025.10. De lengte is 2000 mm met een marge van 3 mm. De breedte staat niet in het reglement en is de gangbare maat. De schijven zijn van beukenhout.
Sjoelen is een van de weinige spellen waar een kind van acht en een oma van tachtig aan dezelfde bak even goed meedoen.
ThuisOp de eettafel of op een onderstel. Na het eten, met de feestdagen of gewoon op een zondagmiddag.
Op schoolRekenen met setjes en losse schijven, zonder dat het als rekenen voelt.
In de zorgEen vast spel in huiskamers en activiteitenruimtes. Zittend of staand te spelen.
Bij de verenigingCompetitie, koppeltoernooien en kampioenschappen onder de vlag van de ANS.
Op kantoor en in de horecaEen oer-Hollands borrelspel dat iedereen meteen snapt.

Lengte, houtsoort, verbindingen en schijven. Wat het verschil maakt tussen een bak voor één seizoen en een bak voor jaren.

Rechtop bewaren, uit de buurt van warmte en vocht, een snufje poeder als de baan stroef wordt. En wat je nooit moet gebruiken.
Waar het woord sjoelen vandaan komt, hoe het spel in Duitsland Jakkolo ging heten en wanneer de sjoelbond werd opgericht. Van het eerste toernooi in Alphen tot het eerste officiële WK in 2008.
Verdeel je schijven over alle vier de vakken, want een setje levert 20 punten op in plaats van 10. Kijk voor elke schijf welk vak nog leeg is. En kies je techniek: bij de ANS zijn zowel gooien als schieten toegestaan.
Wel: een droge doek en zo nodig een snufje sjoelpoeder of aardappelzetmeel. Blijft de baan stroef, dan heel licht schuren met een beetje meubelspray. Niet: was, water, schoonmaakmiddel, vogelzaad of peperkorrels.
Volgens het Instituut voor de Nederlandse Taal komt sjoel van het Friese sjoele: slepen, sloffen, schuifelen. Eerst heette het spel sjoeltafel, later sjoelbak. De Algemene Nederlandse Sjoelbond werd op 14 mei 1977 opgericht. Het eerste officiële WK volgde in 2008.

Speel je bij een vereniging? Voor officiële ANS-wedstrijden zijn twee sjoelbakken gecertificeerd: de Schilte S240 en de Heemskerk HS-50, die sinds 15 juli 2023. De HS-50 koop je rechtstreeks bij Heemskerk of via bol.com; de Schilte via de ledenregeling van de ANS of een speelgoedwinkel.
Nederland heeft nog twee fabrikanten van formaat: Heemskerk en Schilte. Het verdwenen merk Homas kom je op rommelmarkten en in tweedehandsadvertenties nog vaak tegen.
Fabrikant van speeltafels en sjoelbakken, met het breedste assortiment: van een kinderbak tot de HS-50, een van de twee wedstrijdsjoelbakken die de ANS heeft gecertificeerd. Ook inklapbare bakken en sjoeltafels. Geschroefde verbindingen, waardoor de bak recht blijft.
Van oorsprong maker van houten schoolmeubilair. Maakt één sjoelbak, de S240, jarenlang de enige door de ANS goedgekeurde wedstrijdbak en nog altijd in gebruik bij officiële wedstrijden.
Decennialang het bekendste sjoelmerk van Nederland. Het merk maakt geen sjoelbakken meer, dus dit zijn de laatste maten die gelden. Wie een Homas heeft, kan bij Heemskerk terecht voor passende schijven en een vergelijkbaar model (S30 wordt HS-30, S40 wordt HS-40).
In Duitsland Jakkolo, genoemd naar Jakobus Schmidt uit Oldenburg die het spel rond 1960 in Nederland leerde kennen. In het Engels Dutch shuffleboard of sjoelbak, in Frankrijk billard hollandais, in Tsjechië šulbak.
Een veelgenoemde theorie wijst naar het Engelse shovel-board uit de 16e eeuw, waarbij munten over een tafel werden geschoven. Op schepen werden munten houten schijven, aan wal werden het lange klosbanen en later een draagbare bak. Zeker is dat het spel in Nederland zijn vorm kreeg en dat het woord Fries is.
In Dinteloord bedacht een horecaondernemer in 2008 SjoelieBoelie: een bak van vier meter lang en een meter breed, met schijven van tien centimeter, zes bakken naast elkaar. Zelfde regels, meer spierpijn.
De nieuwste tak aan de sjoelboom: een sjoelbak op barhoogte met sensoren onder de vakken, een scherm dat de stand bijhoudt en ledverlichting langs de baan. Zelfde spel, zelfde houten baan van twee meter, niemand die hoeft te tellen.

Sensoren registreren elke schijf, de score verschijnt direct op het scherm en de bak wisselt zelf de beurten. Bij de meeste modellen rollen de schijven vanzelf terug.
Het klassieke spel met setjes van 20, de 301-variant waarbij je aftelt naar nul, en een vrije modus met leaderboard. Voor één tot zes spelers.
DigiFun, What The Puck en Flying Puckman staan in cafés, bowlingcentra en op vakantieparken. Lees hoe digitaal sjoelen werkt.
Het laatste nieuws en de komende wedstrijden van de Algemene Nederlandse Sjoelbond.
De vragen die het vaakst gesteld worden over sjoelen. Alle vragen.
Met 30 schijven is 148 punten het maximum: zeven setjes van 20 punten en twee losse schijven in poort 4. Met de bonusregel van de ANS kom je theoretisch op 156.
Een wedstrijdsjoelbak is 2000 millimeter lang, met een marge van 3 millimeter. De breedte is ongeveer 40 centimeter.
Met 30 schijven van beukenhout, 52 millimeter doorsnee en 13 millimeter dik.
Van links naar rechts gezien vanaf de speler: 2, 3, 4 en 1. De hoogste waarde zit dus niet aan de rand maar net naast het midden.
Thuis is dat een veelgebruikte huisregel. In het wedstrijdreglement van de ANS komt die regel niet voor.
Veeg de baan af met een droge doek en gebruik zo nodig een klein beetje sjoelpoeder. Blijft de baan stroef, schuur dan heel licht met fijn schuurpapier en een beetje meubelspray. Gebruik geen was of schoonmaakmiddel en bewaar de sjoelbak rechtop, droog en niet bij de verwarming.